Selecteer een pagina

GEZAG

Gezag is de mate waarin jij door je persoonlijk optreden zoveel wederzijds vertrouwen in de relatie met de leerlingen weet te leggen, dat het hun gedrag beïnvloedt in de door jouw gewenste richting.
De leerling aanvaardt jouw gezag omdat hij ervaart dat je alleen positieve bedoelingen met hem hebt. Hij schenkt zijn vertrouwen. In een eerste periode zullen beginnende leerkrachten en vrijwilligers die doorheen het jaar niet met groepen kinderen werken ook moeten focussen op het verwerven van gezag in de klas.
Je kan je voornemen het helemaal anders te doen dan de strenge leerkrachten die je zelf had op school en dan identificeer je sterker met de leerlingen dan met de rol van leerkracht.
Dan loop je teleurstellingen op, want op die manier kan je een klas niet handhaven. Je krijgt meer gedaan van kinderen als ze hun plaats kennen, als ze weten waaraan en waaraf, als je genoeg duidelijkheid biedt.
Onzekere mensen voorzien tuchtproblemen en gaan voor de strenge aanpak van in het begin.
Vaak weten ze de strengheid niet te doseren en verwarren het streng zijn met on-vriendelijkheid en het ontoegankelijk zijn, afstandelijk zijn.
Of ze zijn niet consequent en houden de strengheid niet vol of niet tegenover alle leerlingen. Kinderen hebben snel door dat die strenge aanpak gecamoufleerde onzekerheid is.

Opbouwen van gezag

Bij gezag hebben we het over de relatie tussen de leerkracht en de leerling.
Dat ‘tussen’ kan je vergelijken met een ballon.
Deze ballon is aanvankelijk leeg en moet gevuld worden om gezag te verwerven.

Het gaat erom dat je een vertrouwengevende en een vertrouwenwinnende relatie weet op te bouwen. Dat kan op verschillende manieren:

  • door oog te hebben voor datgene waarin leerlingen goed zijn en hen daarin te bevestigen
  • door interesse te tonen
  • door verantwoordelijkheid te geven
  • door humor

Zo wordt de ballon langzaam gevuld en krijgt de jongere vertrouwen in jou. Dit vertrouwen vormt de basis voor je gezag.